Projecten die pas over 10, 15 of 20 jaar volledig werkelijkheid worden, krijgen te maken met gedrag dat vandaag nog niet te voorspellen is. “Welke rol heb je als projectmanager om een project voor te bereiden op veranderingen die je vandaag nog niet kunt voorspellen?” Over die vraag gaf Josefien van Reeuwijk een mini-college aan collega’s.
Leren van Into Eternity
De aanleiding voor het mini-college was de documentaire Into Eternity uit 2010, over kernafval dat 100.000 jaar veilig onder de grond moet blijven. De documentaire stelt een fascinerende vraag: hoe zorg je ervoor dat mensen in een verre toekomst begrijpen wat wij vandaag hebben gedaan, terwijl je niet weet hoe hun wereld, taal en gedrag er dan uitzien?
Op het eerste gezicht lijkt dit niet veel te maken te hebben met ons werk in gebiedsontwikkeling, maar deze vraag is toch erg relevant. We nemen vandaag besluiten over de leefomgeving van mensen die we zelf misschien nooit ontmoeten.
Zo werken we regelmatig aan projecten die pas na lange tijd gerealiseerd worden. Hoe mensen die plekken tegen die tijd gebruiken, is moeilijk te voorspellen. Tien jaar geleden hadden we waarschijnlijk geen rekening gehouden met de huidige opkomst van de fatbike. Toch zorgen deze fietsen nu voor onveiligheid in het verkeer en overlast.
Kunnen we de toekomst voorspellen?
Tijdens het mini-college kregen collega’s daarom een korte oefening: bedenk iets wat we vandaag echt niet kunnen voorspellen over het gedrag van mensen in 2040.
Dat bleek lastiger dan gedacht. Hoewel veel ontwikkelingen moeilijk te voorspellen waren, konden we ons er vaak wél op voorbereiden. Een school is over vijftien jaar misschien niet meer op dezelfde manier nodig. Dan helpt het als het gebouw relatief eenvoudig een andere functie kan krijgen. Het gaat dus niet alleen om wat op dit moment nodig is, maar ook om de ruimte die een ontwerp laat voor toekomstig gebruik.
