Traditionele gebiedsontwikkeling is vaak een optelsom van (soms tegenstrijdige) beleidsambities, waardoor plannen uitmonden in “een samenraapsel van visies en functies zonder verbindend verhaal”, stelt Karlo Feunekes. Het kan anders en beter met een conceptuele aanpak voor integrale gebiedsontwikkeling waarin gezondheid, vitaliteit, leefbaarheid, duurzaamheid, ontmoeting en verbinding samensmelten. “Niet sectoraal beleid, maar de eindgebruiker moet centraal staan.”
Tussen 1950 en 2050 laat de wereldbevolking een verviervoudiging zien (van 2,5 naar 10 miljard mensen). De trek naar de stad is immens. In 1950 woonde 80 procent van de wereldbevolking in landelijk gebied. In 2050 woont, naar verwachting, 80 procent juist in steden. Die zijn nu al overbelast en moeten de komende dertig jaar 2 miljard nieuwe stadsbewoners huisvesten. Enorme uitdagingen op sociaal, economisch en milieutechnisch vlak staan voor de deur. Dat mag niet ten koste gaan van de gezondheid en leefbaarheid.
Omdenken: gezond en leefbaar
Projectmanager en adviseur Karlo Feunekes probeert de ingewikkelde puzzel van ‘gezond en leefbaar’ voor stadsbesturen te kraken. Karlo: “Hoe creëren we deze toekomstbestendige steden, rekening houdend met klimaatadaptatie, het bevorderen van beweging, duurzaam bouwen en alternatieve vormen van mobiliteit? Wat is daarvoor nodig? Hoe gaan we ‘omdenken’ van traditionele gebiedsontwikkeling naar vernieuwende conceptontwikkeling? Als Procap staan we voor een integrale mix van ontwerp, gebiedsidentiteit, doelgroepen en leefstijlen. Naar onze mening is het ruimtelijk ontwerp niet een samenraapsel van beleidsambities, visies en functies maar dienend aan een concept waarin gezondheid, vitaliteit, leefbaarheid, duurzaamheid, ontmoeting en verbinding samen gaan.”
Hoog Catharijne: van betonnen kolos naar fijne ontmoetingsplek
Wat Karlo in veel steden ziet is een focus op de eigen koker (lees: mobiliteit, verkeer, wonen of openbare ruimte). De toetsing op onderdelen klopt weliswaar maar de samenhang ontbreekt. De oplossing voor stadsbesturen die gezondheid en leefbaarheid nastreven, vraagt meer dan alleen techniek of architectuur. Het vergt een conceptuele aanpak waarin alle genoemde elementen elkaar aanvullen en versterken. Het winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht is daar een mooi voorbeeld van. Vroeger was het een betonnen kolos zonder ramen. Het was een soort blokkade in de stad, waar je noodzakelijkerwijs doorheen moest om van station naar stad te komen. De menselijke maat ontbrak en winkelend publiek raakte steevast de weg kwijt. Inmiddels is Hoog Catharijne voorzien van terrassen, fonteinen, wandelpromenades, open ruimtes en verbindingen met het ov en de binnenstad. De betonnen kolos van weleer is een fijne ontmoetingsplek geworden om te werken, winkelen en recreëren. Het is een plek geworden waar je graag bent en wilt blijven, voor de stad fungerend als prettige corridor die oud en nieuw aan elkaar verbindt.