Nederland heeft behoefte aan veel meer woonruimte en er is haast bij. Hoe bereik je het gewenste tempo? Volgens Bram van der Hulst en Rutger Siderius, adviseurs bij Procap, is vaart maken best mogelijk als woonruimte en omgeving niet aan hoge eisen hoeven te voldoen. “In feite creëer je een tijdelijke oplossing.”
Volgens de laatste cijfers van het ministerie van BZK wachten meer dan 300.000 huishoudens op een nieuwe woning en kunnen 100.000 starters nu geen woning vinden. Als alle bestaande bouwplannen worden opgeteld, komen er in theorie tot 2030 pakweg 900.000 nieuwe woningen beschikbaar. “Maar worden ze ook uitgevoerd?” vraagt Bram zich af. “En zo ja, gebeurt dat snel genoeg en zijn de woningen dan betaalbaar voor mensen met een laag of middeninkomen?” Binnenstedelijk ontwikkelen verloopt doorgaans niet in een hoog tempo. “Er spelen vele belangen en het ruimtelijk planproces is nu eenmaal ingewikkeld. Hoe belangrijk ze ook zijn voor het ontstaan van kwalitatief goede leefruimte, met ambitieuze plannen voor stedelijke verdichting alleen komen we er niet. Je zult ook andere wegen moeten bewandelen.” Snel en flexibel bouwen is volgens Bram en Rutger een manier om de druk van de ketel te halen. “Maak daarom per project een duidelijk onderscheid tussen ontwikkelen voor de korte en de lange termijn.”
Tijdelijke oplossing
Misschien hoef je niet altijd naar een hoog cijfer te streven, suggereert Bram. Voor een tijdelijke situatie is een zesenhalf voorlopig genoeg. “Bouw op grotere schaal flexwoningen voor huurders, niet alleen voor kwetsbare doelgroepen maar ook gewoon voor starters, studenten en andere woningzoekenden.” Provincies en gemeenten kunnen in samenwerking met woningcorporaties toewerken naar snelle realisatie van verschillende typologieën huurwoningen op strategisch interessante beschikbare plekken, zoals vrijkomende landbouwgrond of locaties waar permanente bebouwing nu niet mogelijk is. “Een dergelijke aanpak biedt verlichting op korte termijn.”
De openbare ruimte hoeft er niet direct onberispelijk bij te liggen. De ontsluiting mag ook best suboptimaal. “In feite creëer je een tijdelijke oplossing. Omdat hiervoor minder strenge regels of randvoorwaarden gelden, denk aan welstandseisen, kan er sneller worden gewerkt.” Het instellen van een regelluwe zone, daar waar toegestaan, kan uitkomst bieden. “Kijk, de woningen moeten gewoon aan de eisen van het Bouwbesluit voldoen. De basiskwaliteit is in orde.”
