Vertrouwen is een groot goed. Al helemaal op het terrein van de ruimtelijke ontwikkeling die vaak verschillende belangen dient en afstanden tussen systeem- en leefwereld moet overbruggen. Volgens projectmanager Arjen Terpstra (Procap) zijn de gewenste verandering en voortgang onder meer gebaat bij een overheid die wel de richting aangeeft maar niet al het verkeer probeert te regelen.
Arjen is sociaal geograaf en werkt inmiddels krap tien jaar in het ruimtelijk domein. Al die tijd was het ambitieniveau van ruimtelijke agenda’s onveranderlijk hoog. Geen wonder, constateert hij, want behalve een woningtekort drukken grote vraagstukken op het gebied van klimaat, energie en sociaaleconomische tegenstellingen hun stempel op zo’n beetje elke vorm van ruimtegebruik. Onder de druk van alle functies die aan ruimte worden toegekend en de veelheid van belangen en gezichtspunten worden projecten er niet eenvoudiger op. “Tegelijkertijd lopen geijkte systemen en processen vast”, ziet Arjen, “wat leidt tot onzekerheid. De reflex is dan om meer zekerheden in te bouwen. Extra regels, randvoorwaarden en afspraken werken echter averechts.” Geïnspireerd door het gedachtegoed van transitiedeskundige Jan Rotmans pleit Arjen voor het omarmen van onzekerheid en het teweegbrengen van verandering met kleine stapjes. “Instituties kunnen meer vertrouwen tonen in burgers, bijvoorbeeld door inspraak te laten samengaan met eigenaarschap en beslissingsbevoegdheid.”
Al lerende
Arjen werkte vanuit Procap aan projecten van uiteenlopende aard in verschillende gemeenten. Zo deed hij eerder ervaring op met wijkvernieuwing in Groningen. De aanleg van een warmtenet ging er gepaard met sloop en nieuwbouw van sociale woningbouw. “Al lerende, van straat tot straat, heeft de gemeente een aanpak ontwikkeld om aansluitingen en verduurzamingsmaatregelen in woningen gerealiseerd te krijgen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van sociale netwerken en bij mensen achter de voordeur te komen als daar aanleiding voor is.” Maar ook door ertegenaan te lopen dat huishoudens de benodigde kosten, die ze pas achteraf kunnen verhalen, niet kunnen opbrengen. “Toen de gemeente besloot het geld voor te schieten, ging het lopen als een trein.” Experimenteren en bevragen, wil Arjen maar zeggen, werpen vruchten af.
