Ik twijfelde: ‘kan ik dit project, van uiteindelijk 60 miljoen euro, en een team van vijfendertig mensen aan als eindverantwoordelijke?

Ik twijfelde: ‘kan ik dit project, van uiteindelijk 60 miljoen euro, en een team van vijfendertig mensen aan als eindverantwoordelijke?

21 februari 2019 Procap nieuws Stadsverandering 0

Procapper Bas de Jong vertelt over zijn ontwikkeling, ambities en drijfveren

“Ik sta aan de voorkant van het station. Tot zo!”, appte Bas de Jong mij vlak voordat ik uit de trein stap op het station van Castricum. Vanaf daar reden wij samen naar Procap’s maandelijkse middag kennisdelen. In een twee uur durende autorit naar de Zernike Campus in Groningen vertelde hij mij enthousiast over zijn werk als projectmanager van het project Stationsrenovatie Oostlijn in Amsterdam. Hij sprak over de eenzaamheid als leider, zijn ontwikkeling en waar hij in de toekomst naar toe wil.

De Oostlijn

Vijf jaar geleden was Bas op zoek naar meer maatschappelijke relevantie in de projecten die hij deed. Tijdens die zoektocht werd hij gevraagd voor de renovatie van de Oostlijn in Amsterdam. “Ik had geen kaas gegeten van het metrowereldje, maar toch vond ik het super boeiend om juist daar mijn tanden in te zetten.” Hij vertelt enthousiast waarom hij dit een mooi project vindt: “Dit staat dicht bij de reiziger en je werkt actief samen met de belanghebbenden.” Het project startte half 2013 met een projectteam waar Bas op 1 februari 2014 bij instapte als technisch manager. “Vanuit die rol heb ik een technisch team opgebouwd door twee specialisten erbij te halen en uiteindelijk zijn wij gegroeid naar een team van 15 man.” In die periode maakte Bas de overstap naar Procap. Een logische keuze vertelt hij: “Het leek mij een ideale combinatie om tegelijkertijd in dit project en in een kleiner, familiair bureau te werken.” Vanaf dat moment had hij ‘best of both worlds.’ “Ik ben trots om Procapper te zijn. Je hoort weleens: ‘als een Procapper binnenkomt gebeurt er wat’. Wij maken het verschil, wij regelen het.”

De Oostlijn was bij de start een verouderde lijn met oude verlichting, het voelde er kil, het was een beetje smerig en met name de veiligheid en beleving voor vrouwen was niet goed. Zo waren er oude kaartverkoophuisjes met gure plekjes waar daklozen sliepen en hun behoefte deden. Ook was het makkelijk om mensen een hoekje in te trekken en te beroven. Bas legt uit hoe die situatie destijds heeft kunnen ontstaan. “Het is na veertig jaar niet vreemd dat het ontwerp van een station ‘verrommeld’. Het schone beton werd in een aantal lagen overgeschilderd, er werden elementen met reclame toegevoegd en de standaard gemeente prullenbakken werd geïnstalleerd. Dat klinkt als een normale ontwikkeling, maar dat is het niet helemaal, want achter het eerste ontwerp zat een architectonisch idee: het moest één geheel zijn.” De vraag bij de start van de renovatie was hoe je een bijdrage kunt leveren aan de fysieke en sociale beleving van de reiziger. “We hebben de lagen verf van het beton gehaald, de ‘verrommeling’ weggenomen en de verlichting hersteld. Ook hebben we reclame aangebracht waar het een functie heeft: bewegende reclame waar de reiziger stil staat en stilstaande reclame waar je loopt. Het informatiecluster, de plek waar je de kaartjes koopt en de noodknop zijn in alle stations op één plek gebundeld.” Het belangrijkste is dat er weer een verbinding is tussen de verschillende niveaus op het station. “Er is nu meer licht en contact tussen bijvoorbeeld de verdeelhal en het perron door betere zichtlijnen. Het is nu architectonisch goed en veilig en vooral de ouderen zeggen: ‘goh wat is het mooi geworden hier.’ Ik vind het gaaf dat je daar als team een bijdrage aan kunt leveren.”

Leiderschap en eenzaamheid

Bas stond voor een lastige keuze toen hem gevraagd werd om per 1 september 2017 projectmanager van Stationsrenovatie Oostlijn te worden. “Ik twijfelde: ‘kan ik een project, van uiteindelijk 60 miljoen euro, en een team van vijfenveertig mensen aan als eindverantwoordelijke?’ Ik vind dat je daar klaar voor moet zijn en daarom heb ik dit goed met Procap doorgesproken. Hij kwam tot een duidelijke conclusie: “Er is geen beter moment dan wanneer je al tweeëneenhalf tot drie jaar in een project zit, waar je het naar je zin hebt en waar je vertrouwen hebt in het team. Bovendien was ik wel toe aan iets nieuws en vond ik het heel gaaf om mijn tanden in een hele nieuwe uitdaging te zetten.” Al snel merkte hij dat leiderschap eenzaam kan voelen. “Ik neem de besluiten en mensen zijn het lang niet altijd met jou of met elkaar eens. In mijn vorige rol kon ik zeggen: ‘dit is mijn mening en besluit maar.’ Zeker als het spannend wordt is dat wel iets waar ik een uurtje wakker van lig.” Inmiddels is hij verder in dit proces en heeft hij veel gehad aan het boek Moed van Andor de Rooy. “Dat boek gaat over moedig leiderschap en kreeg ik via Pawlik, een bureau dat helpt om beweging in organisaties te brengen. Wat fijn is om te lezen is dat je niet de enige bent die daarmee worstelt en dat het goed is om te voelen dat het spannend is. Je moet je niet gek laten maken, maar deze emoties gebruiken om aan te voelen wat er speelt en hoe daarmee om te gaan. Alle leiders worstelen hiermee en hoe hoger je komt hoe groter de kans op weerstand en tegenwerking. Dat is onderdeel van het leider zijn en ik ben daarom actief bezig met de vragen: hoe moedig moet je zijn? Waar ligt de grens? En hoe organiseer je de juiste sparringpartners om je heen? Bij Procap heb ik daar met Frits Schutte en Kees van Leeuwen over gespard. Bijvoorbeeld om je eigen mening te toetsen ‘ben ik nu raar bezig of juist niet?’ Je moet dat ook op blijven zoeken, zodat je niet in je eigen structuur vast komt te zitten.”

Ontwikkeling en zelfzorg

Zeker wanneer je in zo’n groot en soms stressvol project werkt is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. “Je moet echt leren daarin je balans te houden. De spanning loopt soms op en dan merk ik dat ik naar buiten moet om te rennen. Dat helpt mij om mijn hoofd leeg te maken. Het is heel grappig hoe dat werkt, want ik heb zelfs goede ideeën opgedaan tijdens zo’n rondje.”, vertelt Bas verbaasd. In de vijf jaar als leidinggevende is Bas zekerder geworden. “Ik ben me bewust van hoe ik overkom en ik ben actief bezig met welk type leidinggevende ik wil zijn.” Bij De Baak, een trainingsinstituut voor leiderschap en persoonlijke ontwikkeling, heeft hij een training effectief leiding geven aan technische professionals gevolgd. “Techneuten zijn een bepaald type mensen die je veel ruimte moet geven binnen de kaders. Je moet ze niet te veel pushen, maar zelf het doel laten bereiken. Dat vraagt situationeel leiderschap en dat gaat me goed af. Ik hoor in ieder geval weinig klachten. Complimenten? Ja, iedereen is enthousiast en complimenteus over het resultaat van de stations en over het project.

Verleden en toekomst

Bas vond het als kind leuk om Lego in elkaar te zetten, maar of dat vanuit bouwtechnisch oogpunt was vraagt hij zich af. “Ik was meer met muziek bezig.”, vertelt hij. “Mijn ene zoon betrap ik zo af en toe wel op ruimtelijk inzicht. Hij bouwt dan een toren van dozen en dan zie ik hem dat gericht bekijken en denken: ‘dan moet daar nog een doosje op….’ Hij heeft ook veel interesse voor Bob de Bouwer en we bouwen samen torens van Kapla tot aan het plafond. Het zou mij niks verbazen wanneer hij ooit de technische kant verkiest.” Na de middelbare school wist Bas niet goed wat hij wilde. “In eerste instantie wilde ik iets met milieukunde, maar vond dat te beperkt. Uiteindelijk heb ik bewust gekozen voor Civiele techniek. Op de TU Delft ben ik Watermanagement gaan studeren, onderdeel van Civiel, vanwege het sociaal maatschappelijk karakter.” Dat maatschappelijke kwam terug in zijn afstudeerproject. “Ik ben afgestudeerd in Bangladesh in een gebied dat elk jaar overstroomt en waar water, naast drinkwater, wordt gebruikt voor industrie en grootschalige landbouw. Daar heb ik onderzocht of er voldoende schoon water overbleef voor de eerste levensbehoefte van de lokale bevolking.” Dat is ook wat Bas tegenkomt in zijn huidige werk: de maatschappij, techniek en de euro’s. Die integrale combinatie boeit hem en loopt nu als een rode draad door zijn carrière. “Dat is ook belangrijk voor mij, omdat ik in mijn werk zoek naar een bepaald nut.”

Nu het project van de Oostlijn bijna is afgerond, is Bas alweer bezig met een nieuwe uitdaging: “Ik ga meedoen aan het programma “Lightrail 2020 – 2030” gericht op het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp en het sluiten van de Ringlijn naar het Centraal Station. Een prachtige kans en beloning als je het mij vraagt!” Bas is blij om in Amsterdam te blijven. “Met mijn vijf jaar ervaring en netwerk in het metrowereldje in Amsterdam lijkt het mij fantastisch om die kennis en ervaring in zo’n programma in te zetten”. Ook privé heeft hij al ideeën over wat hij wil gaan doen na de Oostlijn. “Straks heb ik meer tijd en wil ik kijken of ik weer muziek kan gaan maken.” Nu gaat er, naast een druk gezinsleven, veel tijd zitten in sporten en dat heeft een reden. “Ik wil nu fit zijn”, zegt hij stellig. “Hardlopen is voor mij belangrijk om de spanning eruit te lopen en mijn conditie op niveau te hebben. Daar was ik vroeger helemaal niet van, maar ik heb dat serieus opgepakt en nu komt er een flow in. Met een paar goede apps op je telefoon en een goede beat dan wil dat wel. En als je je conditie een beetje op poten hebt is het ook leuk om een kilometertje verder te gaan. Ik heb daar een uitdaging in gevonden.”

Werken bij Procap?

Wil jij net als Bas aan bijzondere projecten werken? Wij zoeken zowel senior als medior projectmanagers. Bekijk onze vacatures.

Tekst & foto’s: Raymond Dekker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *